"Toen alles er al was....."
- Jorieke Aarnink

- 6 apr
- 3 minuten om te lezen
Eerder schreef ik over hoe we samen haar levensverhaal vingen, daar aan de keukentafel. Afgelopen vrijdag mocht ik datzelfde verhaal uitspreken bij haar afscheid.
Toen alles er al was
Over spreken bij een afscheid, en hoe een verhaal vooruit kan werken
Afgelopen vrijdag stond ik daar. Voor in de prachtige zaal van de Witkamp in Laren, de plek waar zoveel herinneringen van haar liggen. Ik stond daar, met haar verhaal in mijn handen.
Als uitvaartspreker. Als verhalenvanger. En misschien ook wel als iets ertussenin, iemand die even met mensen meeloopt, precies op het moment dat het ertoe doet.
En ik dacht terug aan die eerste avond bij hen thuis.Aan de keukentafel, met thee en kruidcake. Aan de stapels fotoalbums die overal lagen.
Aan hoe ze begon te vertellen en eigenlijk niet meer stopte.
Toen waren we nog aan het zoeken.Aan het ordenen, voelen, woorden geven.
Nu was alles er al.
Ik merkte het meteen toen ik begon te spreken. Er zat een soort rust in. Alsof ik niet iets nieuws hoefde te maken, maar alleen hoefde te brengen wat we samen al hadden gevonden.
Maar er gebeurde nog iets anders.
Terwijl ik daar stond, voelde ik heel sterk: ik spreek niet alleen óver haar.Ik spreek namens haar.
Alsof ik, via mijn woorden, nog één keer iets mocht doorgeven.
Naar haar dochters. Alsof ik hen namens haar nog even een arm om de schouders kon slaan. Kon zeggen hoe trots ze op hen is. Hoeveel ze van hen houdt.
Naar haar partner. De zachtheid. De liefde die zo voelbaar was in alles wat ze vertelde.
En naar haar familie. Haar dankbaarheid voor waar ze vandaan kwam. De warme herinneringen aan haar grote zus.
Het waren geen nieuwe woorden. We hadden ze al samen uitgesproken.
Maar op dat moment… kwamen ze precies daar aan waar ze moesten zijn.
En terwijl ik sprak, zag ik het gebeuren.
Verdriet dat er gewoon mocht zijn.
En tegelijkertijd zag ik kleine signalen van herkenning in de ruimte. Een knikje van haar tante. Een zachte glimlach bij haar moeder en haar zus. Haar partner, die precies leek te voelen: ja, dit is wie ze was.
Dat raakte me.
Omdat ik daar opnieuw voelde wat dit werk kan doen.
Dat het iets in beweging zet, al vóór het afscheid er is. Dat mensen stukje bij beetje kunnen toelaten wat er komt. Dat er ruimte ontstaat om alvast te voelen, te verzachten… misschien zelfs al een beetje te rouwen, terwijl iemand er nog is.
Alsof het afscheid niet pas begint op die ene dag,maar veel eerder, in woorden, in gesprekken, in het samen terugkijken.
Na de dienst gaf haar partner mij een klein pakketje. Door haar zelf gemaakt.
Een armbandje met een oneindigheidsteken en een kaart.
Met woorden van dankbaarheid. Over hoe ze zich gezien had gevoeld. Over hoe één avond praten haar had geholpen om iets los te laten wat ze al zo lang met zich meedroeg.
Ik las het… en voelde kippenvel.
Omdat ik niet het gevoel had dat ík iets bijzonders had gedaan. Maar wel dat ik erbij mocht zijn, precies op het juiste moment.
Misschien is dat het.
Niet oplossen. Niet beter maken.
Maar aanwezig zijn. Luisteren. En helpen woorden te vinden, zodat iemand zelf iets kan neerleggen.
Wat ik daar opnieuw voelde, is dit:
Wanneer iemand bij leven haar verhaal heeft kunnen vertellen, verandert dat iets in het afscheid.
Het haalt iets van de druk eraf. Niet alles hoeft daar nog gezegd te worden. Niet alles hoeft nog gedragen te worden.
En dat is misschien wel het meest bijzondere aan dit ‘werk’.
Dat het niet stopt bij het moment van de afscheidsdienst waar het verteld wordt. Maar doorwerkt in zachtheid, in herinnering, in hoe mensen verder kunnen.
En soms… zelfs in een klein armbandje. Dat herinnert aan iets wat niet eindigt.
Alsof wat er was, niet ophoudt maar op een andere manier verdergaat.




Opmerkingen